ECLI:NL:CRVB:2011:BP2212
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering ondanks bezwaren over arbeidsongeschiktheid
Appellante maakte bezwaar tegen het besluit van het UWV om haar arbeidsongeschiktheid te herzien van 80-100% naar 45-55%. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en onderschreef de medische en arbeidskundige grondslag van het besluit.
In hoger beroep voerde appellante aan dat haar klachten en beperkingen onvoldoende waren meegewogen en dat zij de functies waarop de schatting was gebaseerd niet kon verrichten, met name de functie van chauffeur bijzonder vervoer vanwege concentratieproblemen.
De Raad oordeelde dat het verzekeringsgeneeskundig onderzoek zorgvuldig en volledig was en dat appellante geen nieuwe medische informatie had aangeleverd. De Raad vond dat het UWV voldoende had aangetoond dat de functies geschikt waren, en dat de concentratie-eisen van de functie chauffeur bijzonder vervoer niet bovennormaal waren, zodat deze functie terecht was meegenomen.
Daarom slaagde het hoger beroep niet en werd de aangevallen uitspraak bevestigd. Er was geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De herziening van de WAO-uitkering naar 45-55% arbeidsongeschiktheid wordt bevestigd.