ECLI:NL:CRVB:2011:BP2224
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- C.P.M. van de Kerkhof
- J. Riphagen
- Rechtspraak.nl
Inkomsten uit kamerverhuur aangemerkt als inkomsten uit arbeid bij toepassing WAZ
Betrokkene ontving een WAZ-uitkering en verhuurde kamers in een pand dat hij tevens bewoonde. In de aangifte werden de inkomsten uit verhuur opgegeven als vermogen (box 3), wat door de fiscus werd geaccepteerd. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) besloot echter dat deze inkomsten als inkomsten uit arbeid moesten worden aangemerkt, omdat betrokkene beheers- en onderhoudswerkzaamheden verrichtte.
De rechtbank oordeelde dat het UWV onvoldoende had gemotiveerd af te wijken van de fiscale keuze en vernietigde het besluit. In hoger beroep stelde het UWV dat de verhuur grootschalig was en dat de activiteiten van betrokkene het normaal vermogensbeheer overstegen. Betrokkene stelde dat de werkzaamheden gering waren en niet meer dan normaal beheer.
De Centrale Raad van Beroep stelde vast dat betrokkene meerdere panden verhuurde, beheersmatige activiteiten verrichtte, en dat de situatie niet strookte met de fiscale keuze. De Raad oordeelde dat er bijzondere omstandigheden waren die rechtvaardigen af te wijken van de fiscale keuze en dat de inkomsten uit kamerverhuur als inkomsten uit arbeid moesten worden aangemerkt. Het hoger beroep werd gegrond verklaard, het bestreden besluit hersteld en het beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen het bestreden besluit wordt ongegrond verklaard en de inkomsten uit kamerverhuur worden als inkomsten uit arbeid aangemerkt.