ECLI:NL:CRVB:2011:BP2478

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
28 januari 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
10-2984 WAO
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:75a AwbArt. 8:75 AwbArt. 21 Beroepswet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling UWV in proceskosten na intrekking hoger beroep wegens tegemoetkoming

Appellant stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank Middelburg inzake een WAO-zaak. Tijdens de procedure gaf het UWV op 29 december 2010 een nieuwe beslissing op bezwaar, waarmee het volledig tegemoet kwam aan de bezwaren van appellant. Hierop trok appellant het hoger beroep in en verzocht de Raad het UWV te veroordelen in de proceskosten.

De Raad stelde vast dat het UWV geheel aan de bezwaren tegemoet was gekomen en dat op grond van artikel 8:75a Awb en artikel 21 van Pro de Beroepswet het bestuursorgaan bij intrekking van het beroep in de kosten kan worden veroordeeld. De Raad bepaalde dat het UWV de proceskosten van appellant moest vergoeden, begroot op in totaal € 1.518,--, bestaande uit kosten voor rechtsbijstand in beroep en hoger beroep.

De uitspraak werd gedaan door rechter G. van der Wiel, waarbij de griffier M. Mostert aanwezig was. De proceskosten worden betaald aan de griffier van de Raad, conform het Besluit proceskosten bestuursrecht en de Wet op de rechtsbijstand.

Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot betaling van € 1.518,-- aan proceskosten aan appellant.

Uitspraak

10/2984 WAO
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
als bedoeld in artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van Pro de Beroepswet in verband met het hoger beroep van:
[Appellant], wonende te [woonplaats] (hierna: appellant),
tegen de uitspraak van de rechtbank Middelburg van 15 april 2010, 08/68 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellant
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv)
Datum uitspraak: 28 januari 2011
I. PROCESVERLOOP
Namens appellant heeft mr. R.W. van Voorst Vader, advocaat te Terneuzen, hoger beroep ingesteld.
Het Uwv heeft op 29 december 2010 een nieuwe beslissing op bezwaar afgegeven.
Bij faxbericht van 31 december 2010 heeft mr. Van Voorst Vader namens appellant het hoger beroep ingetrokken en gelijktijdig aan de Raad verzocht het Uwv te veroordelen in de proceskosten.
Het Uwv heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de Raad.
Met toestemming van partijen heeft de Raad bepaald dat het onderzoek ter zitting achterwege blijft, waarna het onderzoek is gesloten.
II. OVERWEGINGEN
Artikel 8:75a, eerste lid, eerste volzin, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) bepaalt dat in geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van artikel 8:75 van Pro de Awb in de kosten kan worden veroordeeld. Ingevolge artikel 21 van Pro de Beroepswet is deze bepaling van overeenkomstige toepassing op het hoger beroep.
De Raad stelt vast dat het Uwv met de beslissing van 29 december 2010 geheel aan de bezwaren van appellant is tegemoetgekomen.
Aangezien het Uwv reeds heeft beslist de gemaakte kosten in de bezwaarfase te vergoeden, staat de Raad ter beoordeling de kosten die appellant in verband met de behandeling van het beroep en het hoger beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. De proceskosten worden, ingevolge het Besluit proceskosten bestuursrecht, begroot op € 644,-- voor verleende rechtsbijstand in beroep en € 874,-- voor verleende rechtsbijstand in hoger beroep, derhalve in totaal € 1.518,--. Nu in beroep en hoger beroep een bewijs van toevoeging krachtens de Wet op de rechtsbijstand is afgegeven, dient het bedrag van
€ 1.518,-- te worden betaald aan de griffier van de Raad.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Veroordeelt het Uwv in de proceskosten van appellant tot een bedrag van € 1.518,--, te betalen aan de griffier van de Raad.
Deze uitspraak is gedaan door G. van der Wiel, in tegenwoordigheid van M. Mostert als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 28 januari 2011.
(get.) G. van der Wiel.
(get.) M. Mostert.
NK