ECLI:NL:CRVB:2011:BP2478
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Veroordeling UWV in proceskosten na intrekking hoger beroep wegens tegemoetkoming
Appellant stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank Middelburg inzake een WAO-zaak. Tijdens de procedure gaf het UWV op 29 december 2010 een nieuwe beslissing op bezwaar, waarmee het volledig tegemoet kwam aan de bezwaren van appellant. Hierop trok appellant het hoger beroep in en verzocht de Raad het UWV te veroordelen in de proceskosten.
De Raad stelde vast dat het UWV geheel aan de bezwaren tegemoet was gekomen en dat op grond van artikel 8:75a Awb en artikel 21 van Pro de Beroepswet het bestuursorgaan bij intrekking van het beroep in de kosten kan worden veroordeeld. De Raad bepaalde dat het UWV de proceskosten van appellant moest vergoeden, begroot op in totaal € 1.518,--, bestaande uit kosten voor rechtsbijstand in beroep en hoger beroep.
De uitspraak werd gedaan door rechter G. van der Wiel, waarbij de griffier M. Mostert aanwezig was. De proceskosten worden betaald aan de griffier van de Raad, conform het Besluit proceskosten bestuursrecht en de Wet op de rechtsbijstand.
Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot betaling van € 1.518,-- aan proceskosten aan appellant.