ECLI:NL:CRVB:2011:BP2966
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- Rechtspraak.nl
Intrekking hoger beroep na tegemoetkoming UWV en toekenning rentevergoeding
Appellant stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank Maastricht betreffende zijn Wajong-uitkering. Tijdens de procedure kwam het UWV geheel tegemoet aan de bezwaren van appellant door een nieuw besluit te nemen. Hierdoor trok appellant het hoger beroep in en verzocht de Raad het UWV te veroordelen tot vergoeding van de proceskosten en wettelijke rente.
De Raad stelde vast dat het UWV met het nieuwe besluit van 14 september 2010 volledig aan de bezwaren had voldaan. Op grond van artikel 8:73a Awb werd het UWV veroordeeld tot vergoeding van de wettelijke rente over de na te betalen uitkering, conform eerdere jurisprudentie. Daarnaast werd het UWV veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten voor rechtsbijstand in bezwaar, beroep en hoger beroep, begroot op in totaal € 1932.
De Raad besloot het onderzoek ter zitting achterwege te laten met instemming van partijen en sprak het vonnis uit op 2 februari 2011. Hiermee werd het hoger beroep formeel beëindigd met een gunstige financiële afwikkeling voor appellant.
Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot vergoeding van wettelijke rente en proceskosten na intrekking van het hoger beroep.