ECLI:NL:CRVB:2011:BP2980
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging WIA-uitkering en re-integratievisie ondanks betwisting medische beperkingen
Appellant stelde zich in hoger beroep op het standpunt dat het UWV onvoldoende rekening had gehouden met zijn psychische gesteldheid en dat de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) onjuist was. Hij voerde aan dat de belasting van de voorgestelde functies zijn belastbaarheid overschrijdt en dat beperkingen op het gebied van concentratie en vervoer niet juist waren meegenomen.
De rechtbank had het beroep ongegrond verklaard, stellende dat de medische advisering en arbeidskundige beoordeling zorgvuldig waren uitgevoerd en in overeenstemming met het Schattingsbesluit arbeidsongeschiktheidswetten. De Raad onderschrijft dit oordeel en ziet geen aanleiding om de FML of de geschiktheid van de functies aan te passen. Ook acht de Raad het niet nodig een deskundigenonderzoek te gelasten.
Verder oordeelt de Raad dat de re-integratievisie een besluit is met zelfstandig rechtsgevolg en dat het UWV van appellant re-integratie-inspanningen mocht verwachten. Appellant voerde geen andere gronden aan tegen de re-integratievisie.
Daarom wordt het hoger beroep ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.