ECLI:NL:CRVB:2011:BP3486
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.A.A.G. Vermeulen
- R. Kooper
- J.L.P.G. van Thiel
- Rechtspraak.nl
Ontslag wegens vermeende nalatigheid ambtenaar niet gerechtvaardigd door wisselende arbeidsongeschiktheid
Betrokkene was sinds 1998 militair en kreeg ontslag op grond van verregaande nalatigheid wegens ongeoorloofde afwezigheid en het niet melden op het werk. De medische situatie was echter complex met uiteenlopende opvattingen over zijn arbeids(on)geschiktheid en een wisselend patroon van volledige en gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid.
De minister verleende het ontslag op basis van artikel 39, tweede lid, aanhef en onder k, van het AMAR, maar de rechtbank verklaarde het besluit vernietigd wegens strijd met het evenredigheidsbeginsel. De Raad bevestigt dat de nalatigheid zich beperkt tot ongeoorloofde afwezigheid, maar acht deze niet verregaand gezien de bijzondere omstandigheden en wisselende medische adviezen.
De Raad oordeelt dat het ontslagbesluit niet rechtsgeldig is omdat niet voldaan is aan de vereisten voor ontslag op deze grond. Het primaire besluit wordt herroepen en de minister wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van betrokkene.
Uitkomst: Het ontslag van betrokkene wordt herroepen wegens onvoldoende bewijs van verregaande nalatigheid.