ECLI:NL:CRVB:2011:BP4345

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
11 februari 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
10-158 WAO
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • J.W. Schuttel
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:73a AwbArt. 8:75a AwbArt. 21 Beroepswet
Verwijzingen
9 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Intrekking hoger beroep na tegemoetkoming bestuursorgaan en vergoeding proceskosten en wettelijke rente

Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Utrecht inzake een WAO-zaak. Het UWV heeft vervolgens een nieuwe beslissing op bezwaar genomen waarin het geheel aan de bezwaren van appellante tegemoet is gekomen. Naar aanleiding hiervan heeft appellante het hoger beroep ingetrokken en verzocht om vergoeding van de proceskosten en wettelijke rente.

De Centrale Raad van Beroep heeft vastgesteld dat het bestuursorgaan volledig aan de bezwaren van appellante heeft voldaan, waardoor intrekking van het beroep gerechtvaardigd is. De Raad heeft vervolgens beoordeeld welke proceskosten redelijkerwijs gemaakt zijn in verband met de behandeling van het hoger beroep en heeft deze begroot op € 437,-- voor verleende rechtsbijstand.

Daarnaast is het UWV veroordeeld tot vergoeding van de wettelijke rente over de na te betalen uitkering, conform eerdere jurisprudentie van de Raad. Het griffierecht kan appellante rechtstreeks bij het UWV verhalen. De zitting is achterwege gelaten met toestemming van partijen en de beslissing is in het openbaar uitgesproken.

Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot betaling van wettelijke rente en proceskosten na intrekking van het hoger beroep wegens volledige tegemoetkoming.

Uitspraak

10/158 WAO
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
als bedoeld in de artikelen 8:73a en 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van Pro de Beroepswet in verband met het hoger beroep van:
[Appellante], wonende te [woonplaats] (hierna: appellante),
tegen de uitspraak van de rechtbank Utrecht van 30 november 2009, 08/2500 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellante
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv)
Datum uitspraak: 11 februari 2011
I. PROCESVERLOOP
Namens appellante heeft mr. S. Broens, advocaat te Utrecht, hoger beroep ingesteld tegen de aangevallen uitspraak.
Het Uwv heeft op 17 september 2010 een nieuwe beslissing op bezwaar afgegeven.
Bij brief van 20 september 2010 heeft mr. Broens namens appellante het hoger beroep ingetrokken en gelijktijdig aan de Raad verzocht het Uwv te veroordelen in de proceskosten alsmede verzocht om vergoeding van de wettelijke rente.
Het Uwv heeft geen gebruik gemaakt van de gelegenheid een verweerschrift in te dienen.
Met toestemming van partijen heeft de Raad bepaald dat het onderzoek ter zitting achterwege blijft, waarna het onderzoek is gesloten.
II. OVERWEGINGEN
Artikel 8:73a, eerste lid, eerste volzin, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) bepaalt dat in geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van artikel 8:73 van Pro de Awb kan worden veroordeeld tot vergoeding van de schade die de verzoeker lijdt.
Artikel 8:75a, eerste lid, eerste volzin, van de Awb bepaalt dat in geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van artikel 8:75 van Pro de Awb in de kosten kan worden veroordeeld.
Ingevolge artikel 21 van Pro de Beroepswet zijn deze bepalingen van overeenkomstige toepassing op het hoger beroep.
De Raad stelt vast dat het Uwv met de beslissing van 17 september 2010 geheel aan de bezwaren van appellante is tegemoetgekomen.
De Raad wijst het verzoek van appellante toe om het Uwv te veroordelen tot vergoeding van de wettelijke rente over de na te betalen uitkering. Wat betreft de wijze waarop het Uwv de aan appellante verschuldigde wettelijke rente over die na te betalen uitkering dient te berekenen, verwijst de Raad naar zijn uitspraak van
1 november 1995, LJN ZB1495.
Aangezien het Uwv reeds heeft besloten tot vergoeding van de gemaakte kosten in bezwaar en de rechtbank tot vergoeding van de proceskosten in beroep heeft besloten, staat de Raad nog ter beoordeling de kosten die appellante in verband met de behandeling van het hoger beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. De proceskosten worden, ingevolge het Besluit proceskosten bestuursrecht, begroot op € 437,-- voor verleende rechtsbijstand in hoger beroep.
Voor vergoeding van het betaalde griffierecht kan appellante zich rechtstreeks tot het Uwv wenden.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Veroordeelt het Uwv tot vergoeding van de renteschade als in rubriek II van deze uitspraak is aangegeven;
Veroordeelt het Uwv in de proceskosten van appellante tot een bedrag van € 437,--.
Deze uitspraak is gedaan door J.W. Schuttel, in tegenwoordigheid van M. Mostert als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 11 februari 2011.
(get.) J.W. Schuttel.
(get.) M. Mostert.
KR