ECLI:NL:CRVB:2011:BP4597
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- Rechtspraak.nl
Verzet ongegrond wegens niet tijdig betaald griffierecht in hoger beroep WWB-zaken
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Zutphen in een WWB-zaak, maar dit hoger beroep werd niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet tijdig betalen van het griffierecht. Appellant heeft vervolgens verzet gedaan tegen deze niet-ontvankelijkverklaring en aangevoerd dat hij het verzoek om uitstel van betaling tijdig had ingediend en dat er onduidelijkheid was over de betaling vanwege problemen met bijzondere bijstand.
De Raad overweegt dat het verzoek om uitstel van betaling op 10 november 2010 is ontvangen, terwijl de betalingstermijn op 8 november 2010 was verstreken. Op grond van de Procesregeling bestuursrechtelijke colleges 2006 moet een verzoek om verlenging van een termijn worden afgewezen indien het na het verstrijken van de termijn is ontvangen. Verder blijkt uit de stukken dat appellant voldoende was geïnformeerd over zijn betalingsverplichtingen en dat hij het verzoek om bijzondere bijstand later heeft ingetrokken.
Daarom wordt het verzet ongegrond verklaard. De Raad ziet geen aanleiding om appellant te veroordelen in de kosten van het verzet. De uitspraak is gedaan door R.H.M. Roelofs en uitgesproken op 15 februari 2011.
Uitkomst: Het verzet wordt ongegrond verklaard omdat het verzoek om uitstel van betaling van het griffierecht na het verstrijken van de termijn is ingediend.