ECLI:NL:CRVB:2011:BP5204
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek kwijtschelding WAO-schuld wegens niet voldoen voorwaarden Beleidsregel terug- en invordering
Appellant heeft een verzoek ingediend tot kwijtschelding van een restant schuld van €91.017,70 die het UWV terugvorderde wegens onverschuldigde WAO-uitkeringen over de periode 1986-1997. Het verzoek werd door het UWV afgewezen omdat appellant niet voldeed aan de voorwaarden zoals opgenomen in de Beleidsregel terug- en invordering, die bepaalt dat een schuld alleen kan worden afgeboekt indien deze oninbaar is gebleken.
De rechtbank bevestigde dit standpunt en oordeelde dat het UWV in redelijkheid van zijn bevoegdheid gebruik heeft gemaakt om het verzoek af te wijzen. De rechtbank verwierp het beroep van appellant dat de betaling van een klein bedrag in 2006 tot willekeur zou leiden. De Raad voegde daaraan toe dat appellant onvoldoende inzicht heeft gegeven in zijn financiële situatie, mede gelet op het feit dat beslag is gelegd op meerdere besloten vennootschappen op zijn woonadres.
Het hoger beroep van appellant slaagde niet. De Raad achtte geen gronden aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht, dat kwijtschelding onder bijzondere omstandigheden mogelijk maakt. De aangevallen uitspraak werd bevestigd en het verzoek om kwijtschelding definitief afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek tot kwijtschelding van de WAO-schuld wordt afgewezen omdat appellant niet voldoet aan de voorwaarden van de Beleidsregel terug- en invordering.