ECLI:NL:CRVB:2011:BP5410
Centrale Raad van Beroep
- Voorlopige voorziening
- Ch. van Voorst
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid verzoek voorlopige voorziening wegens niet-betaling griffierecht
Verzoekster heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank en verzocht om een voorlopige voorziening op grond van artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb). De gemachtigde van verzoekster werd meerdere malen schriftelijk gewezen op de verplichting tot betaling van het griffierecht van €111,00 binnen de gestelde termijn van twee weken.
Ondanks deze aanmaningen is het griffierecht niet voldaan binnen de gestelde termijnen. Op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Awb leidt dit tot niet-ontvankelijkheid van het verzoek om een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep verklaart het verzoek dan ook niet-ontvankelijk.
Er is geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter Ch. van Voorst en griffier D.W.M. Kaldenhoven op 16 februari 2011 in het openbaar.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet tijdige betaling van het griffierecht.