ECLI:NL:CRVB:2011:BP6172
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- H.C.P. Venema
- C.G.M. van Rijnberk
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijstandsuitkering wegens ontbreken geldige verblijfsvergunning bevestigd
Appellante, een Surinaamse nationaliteit houdende vrouw zonder geldige verblijfsvergunning, vroeg bijstand aan op grond van de Wet werk en bijstand (WWB). Het College van burgemeester en wethouders van Amsterdam wees de aanvraag af omdat zij niet rechtmatig in Nederland verbleef. De rechtbank vernietigde het bezwaarbesluit maar hield de rechtsgevolgen van het besluit in stand.
In hoger beroep voerde appellante aan dat het weigeren van bijstand in strijd was met haar recht op privéleven (artikel 8 EVRM Pro) en beroept zij zich op internationale verdragsbepalingen uit het Europees Sociaal Handvest en het Internationaal Verdrag inzake Economische, Sociale en Culturele Rechten. De Raad oordeelde dat deze verdragsbepalingen geen afdwingbare rechten op bijstand verschaffen en dat de koppelingswetgeving niet discrimineert.
De Raad stelde dat de weigering van bijstand geen disproportionele inbreuk vormt op het privéleven van appellante, mede omdat zij geen rechtmatig verblijf had en niet is gebleken dat terugkeer onmogelijk was. De aangevallen uitspraak werd bevestigd en het hoger beroep afgewezen. Er werden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de afwijzing van de bijstandsuitkering wordt bevestigd.