ECLI:NL:CRVB:2011:BP6217
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K. Zeilemaker
- Rechtspraak.nl
Bevestiging besluit over bindingspremie voor beveiliger in opleiding
Appellant, een beveiliger in opleiding bij de Dienst Koninklijke en Diplomatieke Beveiliging, stelde dat hij recht had op een hogere bindingspremie van €7.500,- in plaats van de toegekende €3.000,-. De Regeling Uitkering werving en behoud beveiligers DKDB onderscheidt drie categorieën op basis van de duur en aard van het dienstverband per 1 januari 2003.
De rechtbank Amsterdam had het beroep van appellant tegen het besluit tot toekenning van de lagere premie ongegrond verklaard. In hoger beroep bevestigt de Centrale Raad van Beroep dat appellant sinds 7 oktober 2002 in dienst is en daarmee een zittend medewerker is, die niet in aanmerking komt voor de hogere premie bedoeld voor nieuw aangestelde beveiligers. Hoewel appellant pas vanaf 1 juni 2003 formeel als beveiliger fungeert, leidt dit niet tot een ander oordeel.
De Raad verwijst ook naar eerdere overwegingen over toezeggingen en concludeert dat appellant niet tekort is gedaan. Het hoger beroep wordt verworpen en de eerdere uitspraak bevestigd. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de lagere bindingspremie van €3.000,- wordt bevestigd.