ECLI:NL:CRVB:2011:BP7221
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A.A.H. Schifferstein
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van de geschiktheid voor arbeid na ziekte en beëindiging van ziekengeld
In deze zaak gaat het om een hoger beroep van appellant, die als tuinbouwmedewerker werkzaam was en zich op 19 mei 2008 ziek meldde vanwege verschillende lichamelijke klachten. De arbeidsovereenkomst werd per 31 juli 2008 ontbonden. Na een medisch onderzoek door verzekeringsarts R. Gart op 10 september 2008, werd geconcludeerd dat appellant vanaf 11 september 2008 weer geschikt was voor zijn werk. Het Uwv beëindigde daarop het recht op ziekengeld. Appellant ging in beroep tegen deze beslissing, maar de rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep ongegrond.
De Centrale Raad van Beroep heeft de zaak op 9 maart 2011 behandeld. De Raad oordeelde dat er geen aanleiding was om te twijfelen aan de zorgvuldigheid van het medisch onderzoek door de verzekeringsarts en de bezwaarverzekeringsarts P. van de Merwe. Beide artsen concludeerden dat er geen ernstige, arbeidsbelemmerende psychiatrische ziekte was vastgesteld, afgezien van spanningsklachten gerelateerd aan een arbeidsconflict. Ook werden er geen objectiveerbare rugklachten gevonden. De Raad bevestigde dat de maatstaf arbeid was aangepast, maar dat dit geen invloed had op het standpunt van het Uwv over het recht op ziekengeld.
De Raad oordeelde dat het Uwv op juiste gronden het ziekengeld van appellant met ingang van 11 september 2008 had beëindigd. Het hoger beroep werd verworpen en de aangevallen uitspraak werd bevestigd. De Raad zag geen aanleiding om proceskosten te vergoeden, aangezien er geen termen aanwezig waren om dit te doen.