ECLI:NL:CRVB:2011:BP7455
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.J.H. Doornewaard
- Rechtspraak.nl
Herziening van WAO-uitkering en geschiktheid voor arbeid
In deze zaak gaat het om het hoger beroep van H. Vree tegen de uitspraak van de rechtbank Utrecht van 11 mei 2010, waarin het beroep tegen een besluit van het Uwv werd gegrond verklaard. Het Uwv had op 27 januari 2009 het bezwaar van appellant tegen een eerder besluit van 24 september 2008 ongegrond verklaard, waarbij de mate van arbeidsongeschiktheid van appellant werd herzien van 80% of meer naar 35-45%. De Centrale Raad van Beroep heeft op 11 maart 2011 uitspraak gedaan.
De Raad overweegt dat, uitgaande van de aangescherpte Functionele Mogelijkhedenlijst (FML), appellant op 25 november 2008 medisch gezien in staat was de aan de schatting ten grondslag gelegde functies te vervullen. Appellant heeft geen voldoende onderbouwing geleverd voor zijn standpunt dat hij meer beperkt is dan in de FML is vastgelegd. De rechtbank had eerder geoordeeld dat de medische gegevens voldoende inzichtelijk waren en dat het onderzoek door de verzekeringsarts en bezwaarverzekeringsarts niet in twijfel kon worden getrokken.
De Raad bevestigt de aangevallen uitspraak en oordeelt dat er geen aanleiding is voor een proceskostenveroordeling. De bevindingen van de psychiater prof. dr. M.L. Stek, die in hoger beroep zijn ingebracht, hebben niet geleid tot de conclusie dat appellant niet in staat was de functies te vervullen, omdat in de functies geen conflicthantering aan de orde was. De Raad concludeert dat appellant niet heeft aangetoond dat de FML op de datum in geding niet correct was, en bevestigt daarmee de beslissing van het Uwv om de WAO-uitkering te herzien.