ECLI:NL:CRVB:2011:BP7462
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WAO-uitkering wegens ontbreken nieuwe feiten of veranderde omstandigheden
Appellant heeft een verzoek ingediend om een WAO-uitkering toe te kennen, nadat deze eerder was geweigerd op grond van het ontbreken van onafgebroken arbeidsongeschiktheid gedurende de vereiste wachttijd. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) heeft dit verzoek afgewezen omdat er geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden waren die het eerdere besluit konden wijzigen.
De rechtbank Amsterdam heeft het beroep van appellant tegen deze weigering ongegrond verklaard. Zij oordeelde dat de medische informatie die appellant overlegd had geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden bevatte, mede omdat de verklaringen van een KNO-arts uit 1990 niet doorslaggevend waren en achteraf leken te zijn opgesteld. Ook achtte de rechtbank het mogelijk dat appellant deze verklaringen eerder had kunnen overleggen.
In hoger beroep heeft appellant aanvullende medische verklaringen overgelegd, maar de Centrale Raad van Beroep oordeelde dat deze verklaringen te laat waren en niet betrekking hadden op de relevante periode. De Raad onderschreef het oordeel van de rechtbank en bevestigde de weigering van de WAO-uitkering. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WAO-uitkering wegens het ontbreken van nieuwe feiten of veranderde omstandigheden.