ECLI:NL:CRVB:2011:BP7464
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.J.H. Doornewaard
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag WAO-uitkering wegens niet-toegenomen arbeidsongeschiktheid
Appellant heeft een WAO-uitkering aangevraagd die eerder was ingetrokken per 1 oktober 1993 wegens minder dan 15% arbeidsongeschiktheid. Na een eerdere afwijzing en bezwaar heeft het UWV de aanvraag opnieuw afgewezen omdat niet is vastgesteld dat de beperkingen als gevolg van de rugaandoening in de periode van 1 oktober 1993 tot 1 oktober 1998 zijn toegenomen.
De rechtbank Utrecht verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarbij het medisch onderzoek van bezwaarverzekeringsarts Hovy en het eerdere rapport van orthopedisch chirurg Koekenberg als voldoende en zorgvuldig werden beoordeeld. Appellant voerde in hoger beroep aan dat het rapport van Koekenberg niet als uitgangspunt had mogen dienen en dat de brief van neurochirurg Elsenburg van 12 februari 1998 nader onderzoek had moeten uitlokken.
De Raad overwoog dat op grond van artikel 43a WAO toekenning van een uitkering alleen mogelijk is indien de arbeidsongeschiktheid binnen vijf jaar na intrekking is toegenomen door dezelfde oorzaak. De Raad vond geen aanleiding om af te wijken van het oordeel van de rechtbank en oordeelde dat het onderzoek van Hovy, inclusief de beoordeling van de brief van Elsenburg, voldoende was gemotiveerd. Er was geen nieuwe medische informatie die het bestreden besluit in twijfel kon trekken.
Daarom werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. De Raad zag geen reden voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de WAO-uitkering bevestigd.