ECLI:NL:CRVB:2011:BP7530
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.F. Bandringa
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstand wegens schending inlichtingenverplichting en onjuiste woonadresgegevens
Appellante ontving sinds 1997 bijstand, laatstelijk op grond van de WWB. Het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Maasgouw trok de bijstand in over de periode van 23 augustus 2001 tot 1 augustus 2006, omdat zij niet op het opgegeven adres woonde. Dit werd vastgesteld aan de hand van onderzoek, waaronder onaangekondigde huisbezoeken en analyse van water- en energieverbruik.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen de intrekking deels ongegrond en deels gegrond, waarbij werd vastgesteld dat zij van 1 september 2005 tot 1 augustus 2006 in een andere gemeente woonde en dus geen recht op bijstand had. In hoger beroep betoogde appellante dat zij wel op het opgegeven adres woonde, maar vanwege overlast vaak bij haar moeder verbleef.
De Raad concludeert dat appellante onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt over haar woonadres en daarmee de inlichtingenverplichting schond. Het geringe waterverbruik en verklaringen ondersteunen dat zij niet op het opgegeven adres verbleef. Het College was bevoegd de bijstand over genoemde periode in te trekken. Het hoger beroep wordt verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De intrekking van de bijstand over de periode van 23 augustus 2001 tot 1 augustus 2006 wordt bevestigd wegens schending van de inlichtingenverplichting.