ECLI:NL:CRVB:2011:BP7939
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Riphagen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellante ging in hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank ’s-Hertogenbosch die de intrekking van haar WAO-uitkering bevestigde. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) had de uitkering ingetrokken omdat de mate van arbeidsongeschiktheid was vastgesteld op minder dan 15%, wat niet langer recht gaf op WAO.
De Raad heeft het hoger beroep behandeld zonder aanwezigheid van appellante en haar gemachtigde. Na bestudering van het dossier en de medische en arbeidskundige rapporten, waaronder de Functionele Mogelijkhedenlijst van 4 maart 2008, concludeerde de Raad dat er geen nieuwe feiten of objectieve medische gegevens waren die het eerdere oordeel konden wijzigen.
De Raad onderschreef de rechtbank in haar oordeel dat de functies waarop het besluit is gebaseerd medisch geschikt zijn voor appellante. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de intrekking van de WAO-uitkering bevestigd.
De Raad zag geen aanleiding om toepassing te geven aan artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht, waarmee de zaak definitief werd afgesloten.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering van appellante wordt bevestigd wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid.