ECLI:NL:CRVB:2011:BP7986
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Riphagen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering ondanks betwisting beperkingen appellant
Appellant, die sinds 1995 arbeidsongeschikt is gemeld met onder meer depressieve klachten, kreeg zijn WAO-uitkering herzien door het UWV naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 35 tot 45% per 17 april 2009. Appellant stelde dat zijn beperkingen, met name op het gebied van persoonlijk en sociaal functioneren, werden onderschat en bracht medische verklaringen in.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit van het UWV, maar liet de rechtsgevolgen ervan in stand omdat de medische belastbaarheid volgens de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) van 10 maart 2010 juist was vastgesteld en de geselecteerde functies passend waren. Appellant ging in hoger beroep tegen dit deel van de uitspraak.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat er geen aanwijzingen waren dat appellant op de datum in geding zwaarder beperkt was dan door het UWV en de rechtbank was aangenomen. De medische stukken en rapporten, waaronder die van psychotherapeut en bezwaarverzekeringsarts, betroffen een latere periode en waren niet relevant voor de datum in geding.
De Raad bevestigde dat de functies die aan de schatting ten grondslag liggen medisch geschikt zijn voor appellant, gelet op de belastende aspecten en de arbeidskundige rapporten. Het hoger beroep van appellant werd verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellant niet zwaarder beperkt is dan vastgesteld en verklaart het hoger beroep ongegrond.