ECLI:NL:CRVB:2011:BP7990
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Riphagen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens ontbreken urenbeperking
Appellante stelde hoger beroep in tegen de intrekking van haar WAO-uitkering door het UWV, die was gebaseerd op een medische en arbeidskundige beoordeling dat zij haar maatgevende arbeid als teamleider voor 28,8 uur per week kon verrichten. De rechtbank had het beroep ongegrond verklaard en de Raad bevestigt deze uitspraak.
De Raad overweegt dat het enkele feit dat in het verleden een urenbeperking werd aangenomen, niet betekent dat deze bij een nieuwe beoordeling gehandhaafd moet blijven, zeker niet bij gewijzigde medische inzichten. De bezwaarverzekeringsarts constateerde geen objectiveerbare medische beperkingen die een urenbeperking rechtvaardigen. Ook de arbeidsdeskundige vond de maatgevende arbeid passend, mede gelet op de lichte beperkingen bij zitten en de mogelijkheid tot houdingwisselingen.
Appellante voerde aan dat haar rugklachten en vermoeidheid een urenbeperking rechtvaardigen, maar bracht geen objectieve medische gegevens aan. De Raad acht het aannemelijk dat zij 40 uur per week kan werken en ziet geen reden om het bestreden besluit te vernietigen. Het hoger beroep wordt daarom verworpen.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering wordt bevestigd omdat geen urenbeperking meer gerechtvaardigd is.