ECLI:NL:CRVB:2011:BP7991
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling herziening WAO-uitkering en passendheid functies bij arbeidsongeschiktheid
Appellant, sinds 1994 arbeidsongeschikt wegens gewrichtsklachten en depressieve klachten, heeft een WAO-uitkering ontvangen die meerdere malen is herzien. In 2007 en 2008 werd zijn arbeidsongeschiktheid vastgesteld tussen 35% en 55%, met een Functie Mogelijkheden Lijst (FML) die beperkingen en mogelijkheden vastlegt.
Appellant betwistte de mate van arbeidsongeschiktheid en de passendheid van geselecteerde functies, met name vanwege hand- en rugklachten en een vermoeden van ernstige depressie. De rechtbank oordeelde dat er onvoldoende medische gegevens waren om de beoordeling van het UWV te wijzigen en verklaarde het beroep ongegrond.
In hoger beroep voerde appellant aan dat psychische beperkingen waren onderschat en dat de functies niet passend waren. De Raad stelde vast dat de medische gegevens die appellant overlegde dateren van na de datum in geding en dat de beoordeling van de psychische klachten op de juiste wijze was uitgevoerd door verzekeringsartsen. De bezwaararbeidsdeskundige motiveerde de passendheid van de functies adequaat, ook ten aanzien van handgebruik.
De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en veroordeelde het UWV in de proceskosten van appellant wegens het ontbreken van een sluitende motivering in eerste aanleg. Het UWV moet tevens het griffierecht vergoeden.
Uitkomst: Hoger beroep ongegrond verklaard; appellant niet volledig arbeidsongeschikt en geselecteerde functies passend.