ECLI:NL:CRVB:2011:BP7995
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Riphagen
- Rechtspraak.nl
Tussenuitspraak over onvoldoende arbeidskundige grondslag in WIA-uitkeringszaak
Appellant, voormalig orderpikker, meldde zich ziek vanwege knie- en schouderklachten. Het UWV stelde dat hij minder dan 35% arbeidsongeschikt was en wees zijn WIA-uitkering af. Appellant stelde dat hij meer beperkingen had en de geselecteerde functies niet kon uitvoeren.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en onderschreef de medische en arbeidskundige beoordeling van het UWV. De Centrale Raad van Beroep volgde appellant deels en vond dat het UWV onvoldoende rekening had gehouden met de noodzaak van afwisseling van houding, met name bij de functie van afbiester.
De Raad concludeerde dat het bestreden besluit niet op een deugdelijke arbeidskundige grondslag berust en droeg het UWV op binnen zes weken het besluit te herzien, waarbij de selectie van geschikte functies opnieuw moet worden beoordeeld en de gevolgen voor de mate van arbeidsongeschiktheid moeten worden vastgesteld.
Uitkomst: Het UWV moet het besluit over de arbeidsongeschiktheid herzien vanwege een onvoldoende arbeidskundige grondslag.