ECLI:NL:CRVB:2011:BP7996
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Afwijzing terugwerkende kracht Wajong-uitkering wegens niet tijdige aanvraag zonder bijzondere omstandigheden
Appellant vroeg op 25 november 2008 een Wajong-uitkering aan, ruim na het moment waarop hij arbeidsongeschikt werd geacht. Het UWV wees de aanvraag af omdat deze niet binnen de wettelijke termijn was ingediend. Appellant voerde als reden onbekendheid met de regelgeving aan, wat volgens de Raad geen bijzondere omstandigheid is.
De bezwaarverzekeringsarts concludeerde dat appellant geen bijzonder geval was en dat hij in staat was zijn belangen adequaat te behartigen, mede gezien het behalen van zijn rijbewijs en het aanvragen van bijstandsuitkeringen. De Centrale Raad overwoog dat appellant al vroegtijdig had moeten begrijpen dat hij psychische problemen had die zijn arbeidsgeschiktheid beïnvloedden.
De Raad stelde vast dat geen medische gegevens aantonen dat appellant door zijn aandoening bij voortduring niet in staat was een aanvraag te doen. De aanvraag kon daarom niet met terugwerkende kracht worden toegekend. De eerdere uitspraak van de rechtbank Arnhem werd bevestigd en het hoger beroep van appellant werd afgewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de afwijzing van de Wajong-uitkering met terugwerkende kracht wordt bevestigd.