ECLI:NL:CRVB:2011:BP8121
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Riphagen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering ondanks dyslexiebezwaren
Appellante, voormalig cateringmedewerkster, kreeg in 1995 een WAO-uitkering toegekend vanwege whiplashklachten na een skiongeval. In 2008 werd zij herbeoordeeld en vastgesteld dat zij aangepaste arbeid kon verrichten, waarna haar uitkering werd ingetrokken. Appellante maakte bezwaar met het argument dat haar beperkingen, met name dyslexie, onvoldoende waren meegenomen en dat de voorgestelde functies ongeschikt waren.
De rechtbank vernietigde het bezwaarbesluit in 2009 vanwege onvoldoende motivering omtrent de dyslexie en de functie van archiefmedewerker. Het UWV paste daarop de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) aan en verklaarde het bezwaar opnieuw ongegrond. De rechtbank verklaarde dit besluit vervolgens ongegrond, waarna appellante hoger beroep instelde bij de Centrale Raad van Beroep.
De Raad oordeelde dat de FML voldoende beperkingen bevat, inclusief expliciete vermelding van dyslexie, en dat de medische gegevens van appellante onvoldoende waren om twijfel te zaaien over de juistheid hiervan. De arbeidsdeskundige rapporten weerlegden de bezwaren tegen de functies machinaal metaalbewerker, wikkelaar en archiefmedewerker, waarbij werd benadrukt dat de dyslexie geen belemmering vormt voor het uitvoeren van deze functies. De Raad bevestigde daarmee de intrekking van de WAO-uitkering en zag geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking van de WAO-uitkering en acht de geselecteerde functies medisch geschikt ondanks dyslexie.