ECLI:NL:CRVB:2011:BP8123
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- J.F. Bandringa
- N.M. van Waterschoot
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid hoger beroep wegens ontbreken concrete beroepsgrond
Appellant stelde hoger beroep in tegen een besluit waarbij het College de bijstand had ingetrokken en kosten had teruggevorderd wegens niet-gemelde inkomsten en werkzaamheden. De rechtbank verklaarde het beroep niet-ontvankelijk omdat appellant geen concrete beroepsgronden had aangevoerd ondanks een termijn om deze aan te vullen.
In hoger beroep stelde appellant zich gemotiveerd op, maar het hoger beroepschrift was niet tijdig ingediend. De Raad oordeelde echter dat de termijnoverschrijding verschoonbaar was vanwege onduidelijke communicatie over de aanvang van de hoger beroepstermijn door de rechtbank.
De Raad benadrukte dat het beroepschrift een concrete beroepsgrond moet bevatten en dat summiere motivering niet volstaat. Het ontbreken van een reactie op het verzoek om gronden aan te voeren, was voor rekening van appellant. De Raad bevestigde daarom de niet-ontvankelijkverklaring van het beroep en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de niet-ontvankelijkverklaring van het beroep door de rechtbank wordt bevestigd.