ECLI:NL:CRVB:2011:BP8850
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- J.F. Bandringa
- N.M. van Waterschoot
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering ontheffing arbeidsverplichtingen WWB wegens onvoldoende dringende redenen
Appellanten, bijstandsgerechtigden onder de WWB, werden geconfronteerd met een besluit van het College van burgemeester en wethouders van ’s-Gravenhage dat hen verplichtte tot arbeidsinschakeling voor 20 uur per week, ondanks eerdere medische ongeschiktheid voor arbeid.
Na een medisch onderzoek door een verzekeringsarts en een geneeskundige werd vastgesteld dat appellant arbeidsgeschikt was met beperkingen, met name voor zwaar lichamelijk werk en stressvolle arbeid. Het College weigerde ontheffing van de arbeidsverplichtingen boven 20 uur per week wegens het ontbreken van dringende redenen.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellanten ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde deze uitspraak. De Raad oordeelde dat de medische rapporten deugdelijk waren, dat geen aanvullende medische informatie was ingebracht die twijfel zou rechtvaardigen, en dat het College terecht periodiek de arbeidsverplichtingen heroverweegt. De Raad zag geen aanleiding om het besluit te vernietigen of de ontheffing uit te breiden.
De uitspraak benadrukt de verplichting van bijstandsgerechtigden om naar vermogen arbeid te aanvaarden, tenzij dringende redenen ontheffing rechtvaardigen, en bevestigt het belang van deugdelijk medisch bewijs bij de beoordeling van arbeidsgeschiktheid.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot oplegging van arbeidsverplichtingen voor 20 uur per week wordt bevestigd.