ECLI:NL:CRVB:2011:BP8868
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in hoger beroep bij bijstandszaak
Betrokkene ontvangt sinds november 2007 bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB). Op 7 mei 2009 handhaafde het College van burgemeester en wethouders van Utrecht het besluit de bijstand te beëindigen wegens het schenden van de inlichtingenplicht door onjuiste informatie over woon- en leefsituatie.
De rechtbank verklaarde het beroep van betrokkene gegrond, vernietigde het besluit en beval een nieuwe beslissing. Het College stelde hoger beroep in en verzocht om een voorlopige voorziening om de uitspraak van de rechtbank te schorsen.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het verzoek om voorlopige voorziening niet spoedeisend was, omdat het spoedeisende karakter niet was gemotiveerd en het instellen van hoger beroep geen schorsende werking heeft. Er was geen zwaarwegend belang dat de bodemprocedure niet kon worden afgewacht. Daarom werd het verzoek afgewezen zonder zitting.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens het ontbreken van een spoedeisend belang.