ECLI:NL:CRVB:2011:BP8908
Centrale Raad van Beroep
- Verzet
- Ch. van Voorst
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen niet-ontvankelijkheid hoger beroep wegens griffierechtbetaling
Appellante had hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Breda, maar dit hoger beroep werd door de Raad op 16 februari 2011 niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet tijdig betalen van het griffierecht. Appellante stelde verzet in tegen deze beslissing.
Uit het verzet bleek dat het griffierecht op 12 januari 2011 wel tijdig was betaald, maar zonder vermelding van het zaaknummer en met een onjuist betalingskenmerk. Hierdoor ging de Raad ervan uit dat de betaling betrekking had op een andere zaak van appellante en werd het griffierecht abusievelijk teruggestort.
De Raad oordeelde dat het verzet gegrond is en dat de eerdere niet-ontvankelijkverklaring komt te vervallen. Het onderzoek wordt voortgezet in de stand waarin het zich bevond en appellante krijgt een nieuwe termijn om het griffierecht van €111,- correct te voldoen. Er worden geen kosten aan appellante opgelegd.
Uitkomst: Het verzet wordt gegrond verklaard en het onderzoek wordt voortgezet; appellante krijgt een nieuwe termijn voor betaling van het griffierecht.