ECLI:NL:CRVB:2011:BP9668

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
25 maart 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
10-3701 WAO
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • D.J. van der Vos
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep tegen uitspraak rechtbank Arnhem inzake WAO en proceskostenvergoeding

In deze zaak heeft appellant, vertegenwoordigd door mr. H.B.Th. Koekkoek van CNV Vakmensen, hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Arnhem van 18 mei 2010. De Centrale Raad van Beroep heeft op 25 maart 2011 uitspraak gedaan in deze zaak, geregistreerd onder nummer 10-3701 WAO. De Raad heeft vastgesteld dat het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) op 16 december 2010 een nieuwe beslissing op bezwaar heeft genomen, waarbij het Uwv geheel tegemoet is gekomen aan de bezwaren van appellant.

Appellant heeft op 26 januari 2011 het hoger beroep ingetrokken en verzocht om een proceskostenvergoeding. Het Uwv heeft geen verweerschrift ingediend en de Raad heeft, met toestemming van partijen, besloten het onderzoek ter zitting achterwege te laten. De Raad heeft overwogen dat, volgens artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht, het bestuursorgaan kan worden veroordeeld in de proceskosten indien het beroep wordt ingetrokken omdat het bestuursorgaan aan de indiener is tegemoetgekomen.

De Raad heeft geoordeeld dat het Uwv in dit geval in de proceskosten van appellant moet worden veroordeeld tot een bedrag van € 1.081,--. De uitspraak is gedaan door D.J. van der Vos, met M. Mostert als griffier, en is openbaar uitgesproken op 25 maart 2011. De Raad heeft verder vastgesteld dat het Uwv reeds heeft besloten tot vergoeding van de kosten in de bezwaarfase, en dat appellant zich voor vergoeding van het griffierecht rechtstreeks tot het Uwv kan wenden. De proceskosten zijn begroot op € 644,-- voor rechtsbijstand in beroep en € 437,-- voor rechtsbijstand in hoger beroep.

Uitspraak

10/3701 WAO
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
als bedoeld in artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van de Beroepswet in verband met het hoger beroep van:
[Appellant], wonende te [woonplaats] (hierna: appellant),
tegen de uitspraak van de rechtbank Arnhem van 18 mei 2010, 09/3605 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellant
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: het Uwv)
Datum uitspraak: 25 maart 2011
I. PROCESVERLOOP
Namens appellant heeft mr. H.B.Th. Koekkoek, werkzaam bij CNV Vakmensen te Drachten, hoger beroep ingesteld tegen de aangevallen uitspraak.
Het Uwv heeft op 16 december 2010 een nieuwe beslissing op bezwaar afgegeven.
Bij brief van 26 januari 2011 heeft mr. Koekkoek namens appellant het hoger beroep ingetrokken en gelijktijdig aan de Raad verzocht het Uwv te veroordelen in de proceskosten.
Het Uwv heeft de Raad doen laten weten geen gebruik te maken van de gelegenheid een verweerschrift in te dienen.
Met toestemming van partijen heeft de Raad bepaald dat het onderzoek ter zitting achterwege blijft, waarna het onderzoek is gesloten.
II. OVERWEGINGEN
Artikel 8:75a, eerste lid, eerste volzin, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) bepaalt dat in geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van artikel 8:75 van de Awb in de kosten kan worden veroordeeld. Ingevolge artikel 21 van de Beroepswet is deze bepaling van overeenkomstige toepassing op het hoger beroep.
De Raad stelt vast dat het Uwv met de nieuwe beslissing op bezwaar van 16 december 2010 geheel aan de bezwaren van appellant is tegemoetgekomen.
Aangezien het Uwv reeds heeft besloten tot vergoeding van de gemaakte kosten in de bezwaarfase, staan de Raad nog ter beoordeling te kosten die appellant in verband met de behandeling van het beroep en het hoger beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. De proceskosten worden, ingevolge het Besluit proceskosten bestuursrecht, begroot op
€ 644,-- voor verleende rechtsbijstand in beroep en € 437,-- voor verleende rechtsbijstand in hoger beroep.
Voor vergoeding van het betaalde griffierecht kan appellant zich rechtstreeks tot het Uwv wenden.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Veroordeelt het Uwv in de proceskosten van appellant tot een bedrag van € 1.081,--.
Deze uitspraak is gedaan door D.J. van der Vos, in tegenwoordigheid van M. Mostert als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 25 maart 2011.
(get.) D.J. van der Vos.
(get.) M. Mostert.
GdJ