ECLI:NL:CRVB:2011:BQ0092
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering na beoordeling arbeidsmogelijkheden appellant
Appellant ontving sinds 1980 een WAO-uitkering vanwege arbeidsongeschiktheid en hervatte in 1984 gedeeltelijk werk. Na een heronderzoek in 2008 stelde het UWV dat appellant met zijn beperkingen geschikt was voor bepaalde functies en verlaagde de uitkering per 19 januari 2009 naar 15-25%.
Appellant maakte bezwaar, waarbij een psychiatrisch onderzoek geen psychische beperkingen vaststelde. De bezwaararbeidsdeskundige concludeerde dat de functies, met uitzondering van één reservefunctie, geschikt waren en berekende een verlies aan verdiencapaciteit van 19%. Het UWV verklaarde het bezwaar ongegrond.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat het UWV zijn standpuntwijziging voldoende had gemotiveerd en dat de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) een correcte weergave van de arbeidsmogelijkheden was. De Raad bevestigt deze beoordeling en wijst erop dat ook de rugklachten geen aanleiding geven tot verdere beperkingen.
Een medisch rapport van na de datum in geding kon geen gewicht krijgen. De Raad concludeert dat de belastbaarheid niet onjuist is beoordeeld en dat de functies haalbaar zijn. Het hoger beroep wordt verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de herziening van de WAO-uitkering bevestigd.