ECLI:NL:CRVB:2011:BQ0099
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag Wajong zonder nieuwe feiten of veranderde omstandigheden
In deze zaak heeft de Centrale Raad van Beroep op 1 april 2011 uitspraak gedaan in het hoger beroep van appellant tegen de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv). Appellant had eerder een aanvraag ingediend voor een uitkering op basis van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten (Wajong), welke was afgewezen. De afwijzing was gebaseerd op het feit dat er geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden waren die een heroverweging van het eerdere besluit rechtvaardigden. De rechtbank had het beroep van appellant tegen de afwijzing ongegrond verklaard, wat appellant in hoger beroep aanvecht.
De Raad overweegt dat volgens artikel 4:6 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) een aanvrager bij een nieuwe aanvraag nieuwe feiten of veranderde omstandigheden moet vermelden. In deze zaak heeft appellant aangevoerd dat hij onevenredig zwaar wordt getroffen door de afwijzing van zijn Wajong-aanvraag, maar de Raad oordeelt dat de door appellant aangevoerde omstandigheden niet als nieuw kunnen worden aangemerkt. De Raad bevestigt dat de eerdere afwijzing van 23 februari 2004 terecht was, omdat appellant op dat moment niet in Nederland woonde en reeds volledig arbeidsongeschikt was.
De Raad concludeert dat het Uwv terecht de aanvraag van appellant heeft afgewezen op basis van artikel 4:6, tweede lid, van de Awb, en dat er geen grond is voor het oordeel dat het Uwv onterecht heeft gehandeld. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd, en er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is openbaar gedaan en ondertekend door de voorzitter en de griffier.