ECLI:NL:CRVB:2011:BQ0099
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing Wajong-uitkering wegens ontbreken nieuwe feiten of omstandigheden
Appellant had een aanvraag ingediend voor een Wajong-uitkering, die door het UWV werd afgewezen omdat er geen sprake was van nieuwe feiten of veranderde omstandigheden sinds een eerdere afwijzing in 2004. De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze afwijzing ongegrond. In hoger beroep voerde appellant aan dat hij onevenredig zwaar werd getroffen en dat de aanvraag ten onrechte te laat was ingediend.
De Centrale Raad van Beroep overwoog dat op grond van artikel 4:6 van Pro de Algemene wet bestuursrecht een nieuwe aanvraag alleen in behandeling kan worden genomen indien er nieuwe feiten of veranderde omstandigheden zijn. De omstandigheden die appellant aanvoerde, zoals zijn komst naar Nederland elf dagen na zijn zeventiende verjaardag, waren reeds bekend en vormden geen nieuw feit. Ook de stelling dat zijn belangen onvoldoende waren erkend bij het eerdere besluit, werd niet als nieuw feit aangemerkt.
De Raad concludeerde dat het UWV terecht de aanvraag heeft afgewezen en dat er geen sprake was van onredelijk of onrechtmatig handelen. De uitspraak van de rechtbank werd bevestigd en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van de Wajong-aanvraag wegens het ontbreken van nieuwe feiten of veranderde omstandigheden.