ECLI:NL:CRVB:2011:BQ0183
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering bijstandsuitkering na nabetaalde AOW-uitkering
Appellante ontving vanaf 1 augustus 2002 een bijstandsuitkering aangevuld met AOW-uitkering. In 2007 informeerde de Sociale Verzekeringsbank de gemeente Breda dat de AOW-uitkering met terugwerkende kracht werd verhoogd. Hierop besloot de Commissie Sociale Zekerheid de te veel ontvangen bijstand terug te vorderen over de periode 1 augustus 2002 tot 1 september 2007.
Appellante maakte bezwaar tegen deze terugvordering, maar de rechtbank verklaarde dit ongegrond. In hoger beroep stond enkel de vraag centraal of de vordering was verjaard. De Raad oordeelde dat de verjaringstermijn van vijf jaar pas begint te lopen vanaf het moment dat de schuldeiser daadwerkelijk bekend is met de vordering en de ontvanger.
Omdat de Commissie pas na ontvangst van de brief van de Sociale Verzekeringsbank op 30 augustus 2007 daadwerkelijk bekend was met de vordering, was de vordering niet verjaard. Het hoger beroep werd afgewezen en de eerdere uitspraak bevestigd. De Raad zag geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de terugvordering van bijstand niet is verjaard en wijst het hoger beroep af.