ECLI:NL:CRVB:2011:BQ0236
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid bezwaar wegens niet-verschoonbare termijnoverschrijding AOW-partnertoeslag
Appellant ontving een volledig AOW-pensioen met een partnertoeslag die met 26% werd gekort vanwege verzekeringsjaren van zijn echtgenote. Hij maakte bezwaar tegen deze korting, maar deed dit buiten de wettelijke termijn van zes weken. De rechtbank verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk wegens termijnoverschrijding zonder verschoonbare reden.
In hoger beroep stelde appellant dat hij aanvankelijk niet op de hoogte was van de onjuistheid van de korting en pas na advies van een jurist/fiscalist enkele maanden later bezwaar maakte. De Raad oordeelde dat deze omstandigheden voor zijn risico blijven en dat de termijnoverschrijding niet verontschuldigbaar is.
De Raad bevestigde dat het besluit correct was bekendgemaakt en ontvangen, waardoor de bezwaartermijn rechtsgeldig was gestart en verlopen. Er waren geen redenen om de termijnoverschrijding te verontschuldigen, en daarom is het bezwaar terecht niet-ontvankelijk verklaard.
Uitkomst: Het bezwaar tegen de korting op de AOW-partnertoeslag is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-verschoonbare termijnoverschrijding.