ECLI:NL:CRVB:2011:BQ1329
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag vrijwillige verzekering ANW na overlijden verzekerde
Appellante, woonachtig in Marokko en weduwe van een in Nederland verzekerde, heeft na het overlijden van haar echtgenoot een nabestaandenuitkering ingevolge de Algemene nabestaandenwet (ANW) aangevraagd. De Sociale verzekeringsbank (Svb) wees deze aanvraag af omdat de overledene niet verzekerd was op de datum van overlijden. Ook het verzoek om postume toelating tot de vrijwillige verzekering ANW werd afgewezen, omdat de aanmelding niet binnen de wettelijke termijn van één jaar na het einde van de verplichte verzekering had plaatsgevonden.
De rechtbank Amsterdam verklaarde de beroepen van appellante tegen deze besluiten ongegrond. Appellante ging in hoger beroep, maar de Centrale Raad van Beroep onderschreef de overwegingen van de rechtbank en bevestigde de aangevallen uitspraken. De Raad overwoog dat de slechte financiële situatie van appellante geen reden is om de besluiten onrechtmatig te achten.
Verder werd ingegaan op de stelling dat het GAK een informatiebrief over de vrijwillige verzekering naar een verkeerd adres zou hebben gestuurd. De Raad vond dit geen nieuw gezichtspunt omdat niet aannemelijk was dat het GAK een onjuist adres had gehanteerd of een adreswijziging onjuist had verwerkt.
De Raad besloot de aangevallen uitspraken te bevestigen en zag geen aanleiding tot een proceskostenveroordeling. De uitspraak werd gedaan door rechter T.L. de Vries op 14 april 2011.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van de aanvraag tot vrijwillige verzekering ANW wegens overschrijding van de wettelijke aanmeldingstermijn.