Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:CRVB:2011:BQ1329

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
14 april 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
08/5755 ANW + 08/6467 AOW
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 26 Besluit uitbreiding en beperking kring der verzekerden volksverzekeringen 1999
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing aanvraag vrijwillige verzekering ANW na overlijden verzekerde

Appellante, woonachtig in Marokko en weduwe van een in Nederland verzekerde, heeft na het overlijden van haar echtgenoot een nabestaandenuitkering ingevolge de Algemene nabestaandenwet (ANW) aangevraagd. De Sociale verzekeringsbank (Svb) wees deze aanvraag af omdat de overledene niet verzekerd was op de datum van overlijden. Ook het verzoek om postume toelating tot de vrijwillige verzekering ANW werd afgewezen, omdat de aanmelding niet binnen de wettelijke termijn van één jaar na het einde van de verplichte verzekering had plaatsgevonden.

De rechtbank Amsterdam verklaarde de beroepen van appellante tegen deze besluiten ongegrond. Appellante ging in hoger beroep, maar de Centrale Raad van Beroep onderschreef de overwegingen van de rechtbank en bevestigde de aangevallen uitspraken. De Raad overwoog dat de slechte financiële situatie van appellante geen reden is om de besluiten onrechtmatig te achten.

Verder werd ingegaan op de stelling dat het GAK een informatiebrief over de vrijwillige verzekering naar een verkeerd adres zou hebben gestuurd. De Raad vond dit geen nieuw gezichtspunt omdat niet aannemelijk was dat het GAK een onjuist adres had gehanteerd of een adreswijziging onjuist had verwerkt.

De Raad besloot de aangevallen uitspraken te bevestigen en zag geen aanleiding tot een proceskostenveroordeling. De uitspraak werd gedaan door rechter T.L. de Vries op 14 april 2011.

Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van de aanvraag tot vrijwillige verzekering ANW wegens overschrijding van de wettelijke aanmeldingstermijn.

Uitspraak

08/5755 ANW en 08/6467 AOW
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
op de hoger beroepen van:
[Appellante], wonende te [woonplaats], Marokko (hierna: appellante),
tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 25 augustus 2008, 07/4786 (aangevallen uitspraak 1), en de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 3 oktober 2008, 08/1070 (aangevallen uitspraak 2), hierna tezamen ook te noemen: aangevallen uitspraken,
in de gedingen tussen:
appellante
en
de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (hierna: Svb).
Datum uitspraak: 14 april 2011
I. PROCESVERLOOP
Appellante is in hoger beroep gekomen tegen de aangevallen uitspraken.
De Svb heeft verweerschriften ingediend.
De zaken zijn ter zitting behandeld op 27 augustus 2010. Appellante is daar niet verschenen. De Svb heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. K. Verbeek.
In verband met een onjuistheid in de uitnodiging van appellante voor de zitting van 27 augustus 2010 is het onderzoek door de Raad heropend. Vervolgens zijn de zaken opnieuw behandeld ter zitting van de Raad op 3 maart 2011. Appellante was daar vertegenwoordigd door mr. C.A.J. de Roy van Zuydewijn, advocaat te Amsterdam, en de Svb door
mr. B.T.S.J. Maarschalkerweerd.
II. OVERWEGINGEN
1.1. Appellante, geboren in 1951, woont in Marokko en bezit de Marokkaanse nationaliteit. In 1969 is appellante gehuwd met [O.], geboren in 1940.
[O.] heeft in Nederland gewoond en gewerkt en is in 1984 met behoud van een hem op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering toegekende uitkering naar Marokko geremigreerd. Vanaf het moment dat hij, in 2005, de leeftijd van 65 jaar had bereikt, ontving [O.] op grond van de Algemene Ouderdomswet een ouderdomspensioen. Tot 1 januari 2000 is [O.] verplicht verzekerd gebleven voor onder meer de Algemene nabestaandenwet (ANW), laatstelijk op grond van artikel 26 van Pro het Besluit uitbreiding en beperking kring der verzekerden volksverzekeringen 1999 (Stb. 1998, 746).
1.2. [In] 2007 is [O.] in Marokko overleden.
1.3. Vervolgens heeft appellante een nabestaandenuitkering ingevolge de ANW aangevraagd. Op deze aanvraag is bij besluit van 6 juli 2007 afwijzend beslist op de grond dat [O.] op de datum van zijn overlijden niet verzekerd was op grond van de ANW. Appellantes bezwaar tegen het besluit van 6 juli 2007 is bij besluit van 2 november 2007 (besluit op bezwaar 1) door de Svb ongegrond verklaard.
1.4. Bij besluit van 30 oktober 2007 heeft de Svb het verzoek van appellante afgewezen om [O.] postuum toe te laten tot de vrijwillige verzekering voor de ANW. Appellantes bezwaar tegen het besluit van 30 oktober 2007 is bij besluit van
19 februari 2008 (besluit op bezwaar 2) door de Svb ongegrond verklaard. Daartoe is overwogen dat de aanmelding voor de vrijwillige verzekering voor de ANW ingevolge de wettelijke regeling dient te geschieden binnen één jaar na het einde van de verplichte verzekering.
2. Bij de aangevallen uitspraken heeft de rechtbank de beroepen van appellante tegen besluit op bezwaar 1 en besluit op bezwaar 2 ongegrond verklaard.
3.1. In hoger beroep heeft appellante verwezen naar hetgeen zij in bezwaar en beroep heeft aangevoerd.
3.2. De Raad onderschrijft de ter zake door de rechtbank in de aangevallen uitspraken gebezigde overwegingen en maakt deze geheel tot de zijne. In aanvulling daarop overweegt de Raad alleen dat de omstandigheid dat appellante nog steeds in een zeer slechte financiële positie verkeert niet afdoet aan de rechtmatigheid van de bij de aangevallen uitspraken getoetste besluiten. Ter zitting van de Raad heeft appellantes gemachtigde er nog op gewezen dat het GAK de informatiebrief van eind 1999 over de mogelijkheid om per 1 januari 2000 een vrijwillige verzekering voor de ANW aan te gaan heeft verzonden naar een ander postadres dan de Svb vanaf 2005 hanteert. Dienaangaande is de Raad van oordeel dat deze omstandigheid geen nieuw gezichtspunt oplevert, aangezien niet aannemelijk is geworden dat het GAK toen een onjuist adres heeft gehanteerd dan wel een door [O.] opgegeven adreswijziging onjuist heeft verwerkt.
4. Gelet op het vorenstaande slagen de hoger beroepen van appellante niet. De aangevallen uitspraken zullen daarom worden bevestigd.
5. De Raad ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
Recht doende:
Bevestigt de aangevallen uitspraken.
Deze uitspraak is gedaan door T.L. de Vries, in tegenwoordigheid van T.J. van der Torn als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 14 april 2011.
(get.) T.L. de Vries.
(get.) T.J. van der Torn.
Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de datum van verzending beroep in cassatie instellen bij de Hoge Raad der Nederlanden (Postbus 20303, 2500 EH ’s-Gravenhage) ter zake van schending of verkeerde toepassing van bepalingen inzake het begrip verzekerde.
CVG