ECLI:NL:CRVB:2011:BQ2294
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging korting AOW-pensioen wegens niet-verzekerde perioden en partnertoeslag
Appellant, woonachtig in Marokko, heeft een AOW-pensioen aangevraagd dat met 64% werd gekort vanwege niet-verzekerde perioden tussen 1958 en 2008. Daarnaast werd een toeslag met 50% korting toegekend omdat zijn partner jonger was dan 65 jaar en niet verzekerd was in een deel van die periode.
Appellant voerde aan dat hij langer in Nederland had gewerkt dan vastgesteld, maar kon dit niet onderbouwen. De Sociale Verzekeringsbank (Svb) stelde vast dat appellant niet verzekerd was in de genoemde perioden, mede op basis van informatie van het UWV over zijn WAO-uitkering en de geldende Koninklijke Besluiten.
De Raad oordeelde dat appellant niet voldeed aan de voorwaarden voor verzekering tijdens de relevante perioden, waardoor de korting terecht was toegepast. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de korting op het AOW-pensioen van appellant en wijst het hoger beroep af.