ECLI:NL:CRVB:2011:BQ2503
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.A.A.G. Vermeulen
- B.J. van de Griend
- G.P.A.M. Garvelink-Jonkers
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek uitbetaling niet genoten vakantie-uren vernietigd, vergoeding toegekend
Appellant, werkzaam als hoofdinspecteur bij de politie, had een groot aantal vakantie-uren opgebouwd die hij deels jaarlijks uitbetaald kreeg en deels meenam naar het volgende jaar. In 2008 kon appellant wegens ziekte zijn geplande vakantie niet opnemen en nam nauwelijks vakantie op, ook niet in de laatste maanden van het jaar toen hij wist te vertrekken naar een nieuwe baan per 1 januari 2009.
Het LSOP stelde voor de ontslagdatum met twee maanden te verschuiven zodat appellant zijn vakantietegoed kon opnemen, maar appellant koos ervoor zijn ontslag per 1 januari 2009 te laten ingaan. Hij verzocht vervolgens om uitbetaling van niet genoten vakantie-uren, waarvan slechts 76 uren werden toegekend volgens de reguliere regels van het Barp. De afwijzing werd gehandhaafd door het bestuur en bevestigd door de rechtbank.
De Raad oordeelt dat het bestuur ten onrechte strikt de reguliere regels toepaste zonder rekening te houden met de bijzondere omstandigheden van appellant, zoals de ziekte, het grote vakantietegoed en de bereidheid van het bestuur om de ontslagdatum te verschuiven. De Raad stelt het aantal uren dat vergoed moet worden op 304, verminderd met de reeds toegekende 76 uren, waardoor 228 uren worden toegekend.
Het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank worden vernietigd. Daarnaast veroordeelt de Raad het bestuur tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht van appellant.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd en appellant krijgt een vergoeding voor 228 niet genoten vakantie-uren toegekend.