ECLI:NL:CRVB:2011:BQ2711
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering ziekengeld wegens geschiktheid voor passende functies
Appellante werd in juni 2004 wegens hoge bloeddruk ongeschikt voor haar werk als schoonmaakster. Na een wachttijd van 104 weken werd haar per 31 mei 2006 geen WIA-uitkering toegekend, omdat zij geschikt werd geacht voor functies waarmee zij meer dan 65% van haar oude loon kon verdienen.
In augustus 2007 meldde zij zich ziek vanuit een werkloosheidsuitkering, waarna zij ziekengeld ontving. Na verzekeringsgeneeskundig onderzoek werd zij per 30 mei 2008 hersteld verklaard en stopte het ziekengeld. Dit besluit werd in bezwaar gehandhaafd en de rechtbank verklaarde het beroep ongegrond.
De Raad onderschrijft het oordeel van de rechtbank en het uitvoerig gemotiveerde rapport van de bezwaarverzekeringsarts, waarin is vastgesteld dat appellante geschikt is voor twee functies die als maatstaf arbeid gelden volgens artikel 19 Ziektewet Pro. De Raad ziet geen reden voor een aanvullende arbeidskundige beoordeling en bevestigt de aangevallen uitspraak zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van ziekengeld omdat appellante geschikt is voor passende functies.