ECLI:NL:CRVB:2011:BQ2713
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering ziekengeld wegens onvoldoende medische grondslag
Appellante was werkzaam als schoonmaakster en meldde zich ziek wegens psychische klachten. Zij ontving ziekengeld vanaf oktober 2007. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) besloot in februari 2009 het ziekengeld stop te zetten omdat zij niet langer ongeschikt werd geacht voor haar werk.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen dit besluit ongegrond, waarbij zij het oordeel van de verzekeringsarts en bezwaarverzekeringsarts zwaar liet wegen. Deze artsen concludeerden dat appellante ondanks haar klachten in staat was haar werk te verrichten.
De Centrale Raad van Beroep onderschrijft deze conclusie. Uit het medisch dossier blijkt dat de klachten al langer bestonden en appellante met deze klachten heeft kunnen werken. Er is geen sprake van een duidelijke vermindering van arbeidsvermogen die rechtvaardigt dat zij ziekengeld ontvangt.
De Raad acht het oordeel van de verzekeringsarts en bezwaarverzekeringsarts zorgvuldig en voldoende onderbouwd. Er zijn geen nieuwe medische gegevens die dit oordeel ondergraven. Daarom wordt het bestreden besluit bevestigd en is er geen grond voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt afgewezen en het besluit tot beëindiging van het ziekengeld wordt bevestigd.