ECLI:NL:CRVB:2011:BQ2762
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing recht op ziekengeld na zorgvuldige medische beoordeling
Appellante ontvangt sinds 2002 een WAO-uitkering vanwege arm-, nek- en hoofdpijnklachten. Na een herbeoordeling in 2007 bleef haar arbeidsongeschiktheidspercentage gehandhaafd. In april 2008 meldde zij zich ziek wegens toegenomen nek- en hoofdpijnklachten. Het Uwv besloot in november 2008 dat zij geen recht had op ziekengeld omdat zij geschikt was voor lichte arbeid.
Appellante maakte bezwaar, dat werd afgewezen. De rechtbank bevestigde dit oordeel, stellende dat de bezwaarverzekeringsarts alle medische gegevens, waaronder rapporten van neurologen uit Nederland en Turkije, zorgvuldig had meegewogen. De arts concludeerde dat er geen sprake was van ernstige afwijkingen die arbeidsongeschiktheid rechtvaardigen.
De Raad onderschrijft deze beoordeling en wijst de door appellante ingebrachte aanvullende medische stukken af als onvoldoende om het oordeel te wijzigen. Er is geen aanleiding voor nader medisch onderzoek. De Raad bevestigt het bestreden besluit en ziet geen reden tot proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt afgewezen en het besluit van het Uwv dat zij geen recht heeft op ziekengeld wordt bevestigd.