ECLI:NL:CRVB:2011:BQ3335
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering na medische en arbeidskundige herbeoordeling
Appellant, sinds 1998 arbeidsongeschikt wegens psychische klachten en longcarcinoom, kreeg vanaf 1999 een WAO-uitkering van 80-100%. Na een herbeoordeling in 2008 besloot het UWV de uitkering in te trekken wegens voldoende arbeidsmogelijkheden. Appellant maakte bezwaar en voerde aan dat zijn beperkingen ernstiger waren, mede door de combinatie van psychische klachten en longcarcinoom.
De bezwaarverzekeringsarts concludeerde na eigen onderzoek en beoordeling van medische gegevens dat er geen reden was om af te wijken van de functionele mogelijkhedenlijst, behalve uitsluiting van chauffeursfuncties. De arbeidsdeskundige stelde vast dat er voldoende passende functies overbleven. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en de functies passend.
In hoger beroep voerde appellant aan dat onvoldoende rekening was gehouden met de samenhang tussen psychische klachten en longcarcinoom en verzocht om een psychiatrisch onderzoek. De Raad onderschreef het oordeel van de rechtbank en bezwaarverzekeringsarts, die ook recente medische informatie had betrokken. Er was geen objectieve onderbouwing voor extra beperkingen, en een deskundigenonderzoek werd niet noodzakelijk geacht.
De Raad concludeerde dat appellant terecht werd geacht de aangeduide functies te kunnen verrichten en bevestigde het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering wordt bevestigd wegens voldoende medische en arbeidskundige onderbouwing.