ECLI:NL:CRVB:2011:BQ3339
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- Rechtspraak.nl
Geen recht op WIA-uitkering wegens geschiktheid voor eigen werk ondanks fibromyalgie en whiplashklachten
Appellante heeft zich ziek gemeld met vermoeidheids-, nek- en hoofdpijnklachten en vroeg een WIA-uitkering aan. Het UWV verlengde haar loondoorbetalingsperiode vanwege onvoldoende re-integratie-inspanningen van de werkgever. Medische onderzoeken, waaronder door verzekeringsarts Van de Wiel, stelden fibromyalgie en whiplashtrauma vast, maar concludeerden dat appellante geschikt bleef voor haar werk zonder urenbeperking.
Het arbeidskundig onderzoek bevestigde dat appellante geschikt was voor haar maatmanarbeid als administratief medewerkster/telefoniste. De rechtbank verklaarde het beroep tegen het besluit van het UWV ongegrond, wat in hoger beroep werd bevestigd. De Raad oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en dat de belastbaarheid niet was overschat.
Hoewel appellante klachten ervaart die niet volledig objectief kunnen worden vastgesteld, betekent dit niet dat haar subjectieve klachten niet oprecht zijn. De Raad vond echter dat deze klachten niet tot arbeidsongeschiktheid leidden. De maatmanarbeid is niet zo specifiek dat passende arbeid niet beschikbaar zou zijn. Het hoger beroep werd afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het besluit dat appellante geen recht heeft op een WIA-uitkering wordt bevestigd.