ECLI:NL:CRVB:2011:BQ3342
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek arbeidsongeschiktheidsuitkering wegens ontbreken nieuwe feiten
Appellant werkte van 1969 tot 1972 in Nederland en werd in 1972 wegens illegaliteit uitgezet. Hij stelde dat hij in 1972 arbeidsongeschikt werd, maar vroeg pas in 1999 een WAO-uitkering aan. Dit verzoek werd in 2001 afgewezen omdat appellant niet onafgebroken 52 weken arbeidsongeschikt was tijdens de verzekeringsperiode.
Na diverse procedures, waaronder uitspraken van rechtbank en eerdere Raad, verzocht appellant in 2007 opnieuw om een WAO-uitkering, onderbouwd met medische verklaringen uit Marokko. Het UWV weigerde terug te komen op het eerdere besluit omdat de nieuwe stukken geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden bevatten volgens artikel 4:6 Awb Pro.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond. In hoger beroep herhaalde appellant zijn standpunt, maar de Raad oordeelde dat de medische klachten reeds bekend waren en dat het UWV terecht het verzoek afwees. De Raad bevestigde daarmee de eerdere uitspraak en wees het beroep af.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om WAO-uitkering afgewezen wegens ontbreken van nieuwe feiten.