ECLI:NL:CRVB:2011:BQ3619
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- T. Hoogenboom
- M. Greebe
- Rechtspraak.nl
Weigering heropening WAO-uitkering wegens ontbreken nieuwe feiten of toegenomen arbeidsongeschiktheid binnen vijf jaar
Appellante, voormalig parttime kantinemedewerkster, stopte in 1988 met werken vanwege lichamelijke en psychische klachten en ontving een WAO-uitkering. Deze uitkering werd in 1999 ingetrokken omdat haar arbeidsongeschiktheid minder dan 15% bedroeg. Diverse bezwaar- en beroepsprocedures volgden, waarbij de besluiten van het UWV werden bevestigd.
In 2007 verzocht appellante om heropening van haar WAO-uitkering wegens vermeende toename van klachten. Het UWV wees dit verzoek af, omdat er geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden waren die een herziening rechtvaardigden. De rechtbank Maastricht bevestigde dit oordeel en stelde dat de medische gegevens geen toegenomen arbeidsongeschiktheid binnen vijf jaar na beëindiging van de uitkering aantoonden.
In hoger beroep voerde appellante aan dat haar ziekte van Raynaud en recidiverende depressies een toename van arbeidsongeschiktheid betekenden en dat een externe verzekeringsarts haar aanvraag had moeten beoordelen. De Raad verwierp deze argumenten, oordeelde dat de beoordeling door de eigen verzekeringsartsen zorgvuldig was gebeurd en dat de medische gegevens de aanspraak op heropening niet ondersteunden.
De Raad bevestigde het bestreden besluit en wees het verzoek om schadevergoeding af. Er waren geen gronden voor toepassing van artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. De uitspraak werd gedaan door voorzitter D.J. van der Vos en leden T. Hoogenboom en M. Greebe op 4 mei 2011.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van het UWV om de WAO-uitkering te heropenen wegens het ontbreken van nieuwe feiten of toegenomen arbeidsongeschiktheid binnen vijf jaar.