ECLI:NL:CRVB:2011:BQ3632
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering met medische en arbeidskundige grondslag
Appellant, die sinds 1993 een WAO-uitkering ontvangt wegens arbeidsongeschiktheid na amputatie van een linkerduimkootje en linkerschouderklachten, werd in 2009 herbeoordeeld. De verzekeringsarts stelde een licht beperkte linkerschouderfunctie vast en stelde een Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) op. Het UWV herzag de uitkering aanvankelijk naar 15-25% arbeidsongeschiktheid, maar na bezwaar werd dit verhoogd naar 25-35%.
De rechtbank onderschreef de medische en arbeidskundige grondslag van dit besluit en verklaarde het beroep van appellant ongegrond. In hoger beroep betwistte appellant de arbeidskundige beoordeling, met name de compensatie van linkerschouderbeperkingen door de rechterarm.
De Raad concludeerde dat appellant de medische beperkingen niet zelfstandig had aangevochten en dat de arbeidskundige beoordeling voldoende inzichtelijk was onderbouwd. De combinatie van belastingen bleef binnen de vastgestelde belastbaarheid. De Raad bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: De herziening van de WAO-uitkering naar 25-35% arbeidsongeschiktheid wordt bevestigd en het hoger beroep afgewezen.