ECLI:NL:CRVB:2011:BQ3632

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
4 mei 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
10-3813 WAO
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • T. Hoogenboom
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging herziening WAO-uitkering met medische en arbeidskundige grondslag

Appellant, die sinds 1993 een WAO-uitkering ontvangt wegens arbeidsongeschiktheid na amputatie van een linkerduimkootje en linkerschouderklachten, werd in 2009 herbeoordeeld. De verzekeringsarts stelde een licht beperkte linkerschouderfunctie vast en stelde een Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) op. Het UWV herzag de uitkering aanvankelijk naar 15-25% arbeidsongeschiktheid, maar na bezwaar werd dit verhoogd naar 25-35%.

De rechtbank onderschreef de medische en arbeidskundige grondslag van dit besluit en verklaarde het beroep van appellant ongegrond. In hoger beroep betwistte appellant de arbeidskundige beoordeling, met name de compensatie van linkerschouderbeperkingen door de rechterarm.

De Raad concludeerde dat appellant de medische beperkingen niet zelfstandig had aangevochten en dat de arbeidskundige beoordeling voldoende inzichtelijk was onderbouwd. De combinatie van belastingen bleef binnen de vastgestelde belastbaarheid. De Raad bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af.

Uitkomst: De herziening van de WAO-uitkering naar 25-35% arbeidsongeschiktheid wordt bevestigd en het hoger beroep afgewezen.

Uitspraak

10/3813 WAO
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
op het hoger beroep van:
[Appellant] wonende te [woonplaats] (hierna: appellant),
tegen de uitspraak van de rechtbank Zwolle-Lelystad van 20 mei 2010, 09/1453 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellant
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).
Datum uitspraak: 4 mei 2011
I. PROCESVERLOOP
Namens appellant heeft mr. F. van der Wielen, werkzaam bij DAS Rechtsbijstand, hoger beroep ingesteld.
Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 6 april 2011. Appellant is - zoals aangekondigd - niet verschenen. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. A.J.G. Lindeman.
II. OVERWEGINGEN
1.1. Appellant, rechtshandig, was laatstelijk werkzaam als inpakmedewerker. Op 17 augustus 1992 is hij uitgevallen voor zijn werk in verband met linkerschouder-klachten, die zijn ontstaan na amputatie van het linkerduimkootje. Sedert
16 augustus 1993 ontving hij een uitkering ingevolge de Wet op de arbeidsongeschiktheids-verzekering (WAO), berekend naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%.
1.2. In verband met het aangepaste Schattingsbesluit heeft in 2008 een medische en arbeidskundige herbeoordeling plaatsgevonden. De verzekeringsarts heeft bij zijn onderzoek een licht beperkte linkerschouderfunctie vastgesteld. Aan de rechterschouder zijn geen afwijkingen gevonden. Appellant is aangewezen op activiteiten waarbij hij de linkerschouder redelijk kan ontzien en overwegend de rechterarm kan gebruiken. Hij kan de linkerhand wel normaal gebruiken. Vervolgens heeft de verzekeringsarts op 16 juli 2008 een Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) opgesteld. Met in achtneming van de FML heeft de arbeidsdeskundige functies geselecteerd.
1.3. Bij besluit van 6 maart 2009 heeft het Uwv de WAO-uitkering van appellant met ingang van 7 mei 2009 herzien naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 15 tot 25%. Na bezwaar heeft medische en arbeidskundige heroverweging plaatsgevonden. Bij besluit van 16 juli 2009 (hierna: bestreden besluit) heeft het Uwv het bezwaar gegrond verklaard en de WAO-uitkering met ingang van 6 mei 2009 herzien naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 25 tot 35%.
2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank de medische en arbeidskundige grondslag van het bestreden besluit onderschreven en het beroep van appellant tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard.
3. Appellant heeft in hoger beroep aangevoerd zich niet te kunnen vinden in de arbeidskundige beoordeling. Ten onrechte neemt de bezwaararbeidsdeskundige het standpunt in dat de beperkingen op links in de geduide functies kunnen worden gecompenseerd met rechts. De belasting in de functies dient als geheel te worden beoordeeld.
4. De Raad komt tot de volgende beoordeling.
4.1. Aangezien appellant het oordeel van de rechtbank met betrekking tot de medische grondslag van het bestreden besluit in hoger beroep niet zelfstandig heeft aangevochten, gaat de Raad uit van de juistheid van de in de FML van 16 juli 2008 opgenomen beperkingen.
4.2. Ten aanzien van de arbeidskundige grondslag van het bestreden besluit is de Raad, evenals de rechtbank, van oordeel dat door de bezwaararbeidsdeskundige in diens rapport van 6 juli 2009 voldoende inzichtelijk is onderbouwd dat appellant de aan de schatting ten grondslag gelegde functies kan vervullen aangezien de in deze functies optredende belasting - ook ten aanzien van de combinatie van belastingen - blijft binnen de voor appellant vastgestelde belastbaarheid. Voor zover op basis van het rapport van 6 juli 2009 al getwijfeld zou kunnen worden aan de geschiktheid van de functies is deze twijfel weggenomen met het rapport van 15 oktober 2009.
4.3. Hetgeen in 4.1 en 4.2 is overwogen leidt tot de conclusie dat het hoger beroep niet slaagt en de aangevallen uitspraak moet worden bevestigd.
5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
Recht doende:
Bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door T. Hoogenboom, in tegenwoordigheid van T.J. van der Torn als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 4 mei 2011.
(get.) T. Hoogenboom.
(get.) T.J. van der Torn.
GdJ