ECLI:NL:CRVB:2011:BQ3649
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- Rechtspraak.nl
Herziening WAO-uitkering en schadevergoeding na medische en arbeidskundige herbeoordeling
Appellant ontving sinds 1999 een WAO-uitkering wegens darm- en rugklachten. Het UWV herzag in 2004 de uitkering naar 35-45% arbeidsongeschiktheid, wat door appellant werd aangevochten. Na eerdere uitspraken en herbeoordelingen werd in 2009 een besluit genomen de uitkering weer op 80-100% te baseren. In 2009 nam het UWV een nieuw besluit (bestreden besluit 1) om de uitkering vanaf juli 2009 te herzien naar 35-45%.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen dit besluit ongegrond. Appellant stelde in hoger beroep dat het UWV onvoldoende rekening hield met zijn kleurenblindheid en andere klachten, en dat de redelijke termijn was overschreden. Het UWV nam in 2010 een nieuw besluit (bestreden besluit 2) waarbij de uitkering werd vastgesteld op 45-55%, met aanpassing van de Functionele Mogelijkheden Lijst.
De Raad vernietigt het bestreden besluit 1 wegens ondeugdelijke motivering en verklaart het beroep gegrond. Het beroep tegen bestreden besluit 2 wordt ongegrond verklaard omdat de Raad oordeelt dat het UWV de beperkingen van appellant juist heeft vastgesteld en de functies passend zijn. Er is geen sprake van overschrijding van de redelijke termijn. Het UWV wordt veroordeeld tot schadevergoeding en proceskosten.
Uitkomst: Het bestreden besluit 1 wordt vernietigd, het beroep gegrond verklaard en het UWV veroordeeld tot schadevergoeding en proceskosten; het beroep tegen bestreden besluit 2 wordt ongegrond verklaard.