ECLI:NL:CRVB:2011:BQ3723
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- T. Hoogenboom
- M. Greebe
- Rechtspraak.nl
Bevestiging toekenning WGA-vervolguitkering na zorgvuldig medisch onderzoek
Appellant ontving een WGA-uitkering, die door het UWV werd ingetrokken wegens een arbeidsongeschiktheid van minder dan 35%. Na bezwaar en aanvullend medisch onderzoek kende het UWV alsnog een WGA-vervolguitkering toe, berekend op 45-55% arbeidsongeschiktheid. De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde.
In hoger beroep stelde appellant dat zijn klachten, met name aan de onderrug, schouder, armen en psychische klachten, onvoldoende waren meegewogen en dat een urenbeperking gerechtvaardigd was. De Raad overwoog dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd door de bezwaarverzekeringsarts, die ook de relevante medische informatie van specialisten had betrokken. De klachten aan de onderrug en de psychische klachten waren adequaat onderzocht en verwerkt in de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML).
De Raad oordeelde dat de eerdere urenbeperking niet meer noodzakelijk was omdat de hepatitis C-infectie in remissie was en de combinatie van klachten uit 2006 niet meer aanwezig was. Verder waren er geen medische gegevens die verdergaande beperkingen voor schouder- en armbelasting ondersteunden. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de toekenning van de WGA-vervolguitkering bevestigd.