ECLI:NL:CRVB:2011:BQ4136
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K. Zeilemaker
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering vergoedingen wegens ontbreken nieuw feiten en omstandigheden
Appellant, voormalig wagenbestuurder bij de gemeente Amsterdam, verzocht het college om toekenning van meerdere vergoedingen, waaronder een wachtdiensttoeslag, tijdsvergoeding, persoonlijke toelage voor een 40-urige werkweek, vergoeding voor woon-werkverkeer en feestdagentoeslag. Deze verzoeken werden door het college geweigerd omdat appellant geen bezwaar had gemaakt tegen eerdere salarisspecificaties en de verzoeken werden gezien als pogingen om terug te komen op onherroepelijke besluiten.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond. In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep deze uitspraak. De Raad oordeelde dat appellant geen nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden had aangevoerd die een terugkomen op eerdere besluiten konden rechtvaardigen. De omstandigheid dat appellant per 1 januari 2007 ontslag had gekregen, werd niet als zodanig beschouwd.
Verder was niet gebleken dat appellant eerder dan februari 2007 soortgelijke verzoeken had ingediend, waardoor ook deze verzoeken als herhaalde aanvragen moesten worden beschouwd en afgewezen konden worden op grond van artikel 4:6 van Pro de Awb. De Raad zag geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling en bevestigde het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de weigering van de vergoedingen wordt bevestigd.