ECLI:NL:CRVB:2011:BQ4154
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- T. Hoogenboom
- M. Greebe
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van WAO-uitkering na zorgvuldig medisch en arbeidskundig onderzoek
Appellant viel in 1998 uit wegens psychische klachten en kreeg een WAO-uitkering van 15-25%. Na hervatting van werk als maatschappelijk werker werd de uitkering ingetrokken. In 2006 meldde appellant zich opnieuw ziek met psychische en lichamelijke klachten. Na medisch onderzoek en arbeidsdeskundig rapport stelde het UWV een arbeidsongeschiktheid van 45-55% vast en kende een WAO-uitkering toe.
Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit en overhandigde aanvullende rapportages van een alternatieve geneeskundige instelling, Psychosofia. De bezwaarverzekeringsarts en arbeidsdeskundige van het UWV concludeerden dat de medische en arbeidskundige beoordeling zorgvuldig was en dat de beperkingen en passende functies juist waren vastgesteld.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigt dit oordeel. De Raad achtte de reguliere medische beoordeling betrouwbaarder dan de rapportages van Psychosofia en vond geen aanleiding tot wijziging van het arbeidsongeschiktheidspercentage of de toegewezen functies. Het hoger beroep wordt afgewezen en het verzoek om schadevergoeding geweigerd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de toekenning van de WAO-uitkering bevestigd.