ECLI:NL:CRVB:2011:BQ4836
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Riphagen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO- en Ziektewet-uitkering na zorgvuldig medisch onderzoek
Appellante ontving een WAO-uitkering vanwege een arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%. Het UWV trok deze uitkering per 31 mei 2007 in, wat door appellante werd aangevochten. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en benoemde een reumatoloog als deskundige, wiens rapportage de conclusies van het UWV ondersteunde. Appellante stelde in hoger beroep dat haar psychische klachten onvoldoende waren meegewogen en verzocht om een onafhankelijk psychiatrisch onderzoek.
De Raad overwoog dat er geen aanleiding was voor een aanvullend psychiatrisch onderzoek, mede omdat appellante na de toekenning van de WAO-uitkering geen behandeling voor psychische klachten had gehad en de verzekeringsarts reeds beperkingen had opgenomen in het persoonlijk en sociaal functioneren. De medische rapportages van arbeidsdeskundigen toonden aan dat de voorgehouden functies binnen de belastbaarheid van appellante vielen.
Met betrekking tot de Ziektewet-uitkering stelde het UWV dat appellante sinds 11 maart 2008 niet langer recht had op ziekengeld, omdat zij geschikt werd geacht voor gangbare arbeid. De Raad bevestigde dit standpunt en oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was verricht en dat de neurologische onderzoeken geen afwijkingen hadden aangetoond. De aanvullende informatie van PsyQ uit 2010 bood geen aanleiding tot het stellen van extra beperkingen. De Raad bevestigde daarom de aangevallen uitspraak en de intrekking van de uitkeringen.
Uitkomst: De intrekking van de WAO- en Ziektewet-uitkering wordt bevestigd na zorgvuldig medisch onderzoek.