ECLI:NL:CRVB:2011:BQ5009
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering ondanks betwisting levercirrose en arbeidsongeschiktheid
Appellant, voormalig electromonteur, viel sinds 20 mei 1985 uit wegens linkerschouderklachten en ontving een WAO-uitkering van 80-100% arbeidsongeschiktheid. Het UWV besloot op 19 maart 2009 de uitkering te herzien naar 25-35% met ingang van 5 november 2008. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, steunend op een medische en arbeidskundige grondslag.
In hoger beroep voerde appellant aan volledig arbeidsongeschikt te zijn en stelde hij dat op de datum van herziening sprake was van levercirrose. Hij overhandigde medische informatie en verzocht om een deskundigenonderzoek. Tevens betwistte hij de geschiktheid van de geduide functies.
De Raad oordeelde dat het verzekeringsgeneeskundig onderzoek zorgvuldig en volledig was en dat de medische beperkingen juist waren vastgesteld. De stelling van levercirrose op de peildatum werd verworpen op basis van een onderbouwing door de bezwaarverzekeringsarts. Het verzoek tot inschakeling van een deskundige werd afgewezen. Ook zag de Raad geen reden om aan te nemen dat de functies medisch ongeschikt waren.
Daarmee faalde het hoger beroep en werd de uitspraak van de rechtbank bevestigd. De Raad zag geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De herziening van de WAO-uitkering naar 25-35% arbeidsongeschiktheid wordt bevestigd en het hoger beroep van appellant wordt afgewezen.